HTI Minorprogram

 

Inleiding

De minor Human-Technology Interaction (HTI) is bestemd voor bachelorstudenten met een technische achtergrond die hun kennis willen verbreden op het gebied van mens-techniek interactie. Steeds meer blijkt dat je er met techniek alleen niet komt als het gaat om robots, slimme woningen, intelligente auto's, en andere voorbeelden van mens-machine-interactie. Deze minor verschaft de basiskennis die nodig is om het gedrag van mensen te bestuderen in hun omgang met techniek of in een technische omgeving. De mens in interactie met nieuwe technologie is dus waar het in de HTI-minor om draait. Hiertoe wordt er een aantal psychologievakken gegeven alsook een aantal methoden en technieken over hoe je dit onderzoek op moet zetten. De minor wordt afgerond in het HTI-minoreindproject waarin de studenten moeten laten zien hoe de verkregen kennis in een onderzoeksproject toegepast kan worden. Hierbij wordt ernaar gestreefd het onderwerp van dit onderzoek aan te laten sluiten op de technische achtergrond van de student.

De minor HTI is zo opgebouwd dat studenten met een technische achtergrond voldoende psychologiekennis opdoen om rechtstreeks door te stromen naar de Masteropleiding Human-Technology Interaction (HTI).

Click here to download the HTI minor folder (in Dutch)

Algemeen

Om het gedrag van mensen in hun omgang met techniek te kunnen begrijpen is het ten eerste van belang te weten hoe mensen informatie tot zich nemen, opslaan, en interpreteren. Hoe werken onze zintuigen, hoe lezen wij en hoe verstaan wij elkaar? We willen ook weten hoeveel informatie mensen tegelijkertijd kunnen opnemen, afhankelijk ook van of zij achter hun PC zitten, een auto besturen, of een DVD-recorder moeten programmeren. En hoe kunnen we mensen het beste informatie aanbieden: met tekst, geluidjes, spraak, icoontjes, filmpjes, of combinaties hiervan. Hoe zoeken wij informatie, en hoe navigeren wij? Waarom maken mensen fouten en vinden zij het moeilijk om met techniek om te gaan? Dit soort onderwerpen worden behandeld in het vak Human Perception & Performance (0A531).

Ook moeten we weten hoe ons geheugen werkt, hoe wij ergens onze aandacht op richten, hoe wij keuzes maken en beslissingen nemen. En wat is de rol hierbij van attitudes en emoties? Deze zaken komen aan de orde in het Project Denken & Beslissen_(0PH04).

Maar als het om technische producten gaat, maken we uiteindelijk ook keuzes. Sommige dingen kopen wij wel, andere niet; sommige sites bezoeken we wel, andere niet. Wat voor factoren spelen daarbij een rol? De wijze waarop informatie wordt aangeboden? Of wat we gehoord hebben van kennissen of gevonden hebben op Internet? Dit soort zaken wordt besproken in het vak Consumentengedrag (0PH02) [see footnote].

Van groot belang is verder dat je leert hoe dit soort menswetenschappelijk onderzoek gedaan moet worden. Wat voor soort methoden en technieken gebruikt men hierbij? Wat voor statistiek is hiervoor nodig? Dit wordt je geleerd in het vak Onderzoekmethoden (0AP03)  [see footnote].

Dit alles vindt zijn afsluiting in het HTI-minor eindproject (0PH05), waarin je moet laten zien of je het geleerde ook daadwerkelijk toe kunt passen in een onderzoek. Al deze vakken worden hieronder in wat meer detail besproken. Tenslotte volg je nog de Academische Vorming die voor alle minoren verplicht is.

Human Perception & Performance (0A531 - 6 ects)

Ten grondslag aan het vak Human Perception & Performance (HPP) ligt de cyclus "Perceptie-Beslissing-Handeling". Allereerst zijn waarnemingsprocessen van fundamenteel belang voor de interactie tussen de mens en technologische producten. De omgeving wordt gekenmerkt door een brede reeks van signalen die door de zintuigen kunnen worden waargenomen. Bij het onderdeel Perceptie ligt de nadruk op visuele, auditieve, en haptische signalen. Deze worden in de eerste plaats waargenomen, geïnterpreteerd, en opgeslagen. Op grond hiervan maakt men keuzes, neemt met beslissingen, en verricht men handelingen. In het onderdeel Performance van dit vak verkrijgt men inzicht in de gedragsprocessen die ten grondslag liggen aan de wijze waarop mensen interageren met producten, systemen en diensten. De nadruk wordt gelegd op de individuele gebruiker in zijn of haar omgang met producten, systemen, diensten en omgevingen. Een eerste vertrekpunt hierbij is de levenscyclus van de productontwikkeling, waarin gebruikersanalyse en taakanalyse centraal staan. In deze context worden ook usability standaarden en evaluatiemethoden geïntroduceerd. De studie van mens-computer interactie omvat een uitgebreide reeks evaluatie en usability metrieken die in detail worden behandeld. Belangrijke gebieden krijgen speciale aandacht, zoals veiligheid in het weg- en vliegverkeer, het voorkomen van ongevallen en het optreden van menselijke fouten. Tenslotte worden de geavanceerde technologische mogelijkheden van bediening op afstand en 'telepresence' behandeld, alsmede de rol van sociale factoren in werk- en amusementssituaties.

Project Denken & Beslissen (0PH04 - 5 ects)

Studenten leren het belang zien van kennis over het menselijk denken en beslissen voor de technologische praktijk. Zij leren tevens nieuwe verbanden te leggen tussen de kennis die ze in de cursus verwerven en specifieke technologische domeinen en concrete technologische ontwikkelingen. Het vak bestrijkt twee interdisciplinaire onderzoeksvelden:

Cognitiewetenschap: Dit onderdeel van de wetenschap houdt zich niet alleen bezig met hoe mensen de werkelijkheid waarnemen en begrijpen, maar ook met hoe hun gedrag gestuurd wordt door hun waarnemingen en gedachten. Hoe kunnen we mentale processen experimenteel bestuderen? Wat is de relatie tussen het brein en denken? Hoe slaan mensen kennis en ervaringen op in hun geheugen? Is de menselijke geest ondeelbaar, of hebben verschillende delen van het brein verschillende mentale functies? Wat is de vorm van mentale representaties? Denken mensen in de vorm van een formele logica, abstracte analogieën en discrete concepten, of toch eerder in de vorm van concrete taal, mentale plaatjes, en vage categorieën?

Besliskunde: Dit is de studie van hoe mensen subjectieve oordelen en voorkeuren vormen en hoe mensen kiezen tussen alternatieven. Onderwerpen die aan bod zullen komen zijn: Wat betekent het om rationeel te kiezen? Kiezen mensen rationeel? Hoe kiezen mensen als uitkomsten compleet onzeker zijn? Hoe kiezen mensen als expliciete kansen op uitkomsten bekend zijn? Hoe beïnvloeden externe factoren zoals context of emoties ons keuzegedrag? Hoe kunnen we subjectieve oordelen en voorkeuren meten en manipuleren? Hoe kunnen we mentale processen onderliggend aan keuzegedrag meten?

Studenten maken kennis met traditionele benaderingen in de studie van denken en beslissen alsook met de nieuwste ontwikkelingen in het veld. Het project maakt gebruik van een interactieve manier van onderwijs: Naast enkele colleges door de docenten geven de studenten zelf presentaties bij de hoofdstukken en wordt er in de klas gediscussieerd over de stof naar aanleiding van discussiepunten die de studenten de avond tevoren posten op het forum. Met behulp van instructieve lab sessies leren de studenten over de onderzoekmethoden in dit domein. In de vorm van opdrachten wordt de link gelegd tussen theorie, onderzoek en (technische) toepassing.  

Consumentengedrag (0PH02 - 3 ects)

De student maakt kennis met de verschillende theoretische benaderingen van consumentengedrag en het wetenschappelijk onderzoek dat hiernaar wordt verricht. Consumenten zijn mensen die producten, gemaakt door andere mensen, aanschaffen, gebruiken en afdanken. Producten kunnen goederen en diensten zijn die eenmalig worden benut of die jaren meegaan. Consumentengedrag is dynamisch, het is het resultaat van interacties tussen mentale processen en gedrag van individuen enerzijds en gebeurtenissen in de omgeving anderzijds. In dit vak worden de factoren en processen die ten grondslag liggen aan dit gedrag bestudeerd. Zo zal ingegaan worden op de invloeden van kennis en van emoties op consumentengedrag, alsook van de invloed van de fysieke en sociale context; deze context heeft niet alleen direct invloed op het gedrag, maar ook indirect, via cognitieve interpretatie- en integratieprocessen.

Onderzoekmethoden (0AP03 - 6 ects)

In dit vak worden je de methodologische en statistische basisvaardigheden geleerd die nodig zijn voor het uitvoeren van gedragsbeschrijvend empirisch onderzoek. Je leert in dit vak niet alleen om een onderzoeksdesign te maken, bijvoorbeeld een experiment of een survey, maar ook hoe je gegevens die je hebt verzameld moet analyseren om daar zinnige uitspraken over te kunnen doen. Hierbij gaan we er vanuit dat sociaalwetenschappelijk onderzoek de zogenaamde empirische cyclus volgt. Die begint met verwondering: Waarom vertrouwen mensen elkaar of juist niet? Waarom adopteren sommige mensen nieuwe technologie sneller dan andere? Om dergelijke vragen te onderzoeken, zijn verschillende onderzoeksdesigns mogelijk: we kunnen bijvoorbeeld een experiment opzetten, of een grootschalig enquêteonderzoek uitvoeren. Elk onderzoeksdesigns heeft voor- en nadelen. De kunst van onderzoek doen is om deze op een verstandige manier tegen elkaar af te wegen. Dit doe je bij dit vak door middel van een opdracht waarin je een onderzoeksvoorstel schrijft. In het tweede deel van het vak leer je verzamelde gegevens te analyseren. De nadruk ligt daarbij op het omgaan met verzamelde gegevens op zo’n manier dat je een verstandig antwoord kunt geven op de onderzoeksvraag.

HTI-minor-eindproject (0PH05 - 7 ects)

In het HTI-minor-eindproject moeten de studenten laten zien dat zij de verkregen kennis toe kunnen passen in een daadwerkelijk onderzoeksproject op het gebied van HTI. Deze projecten sluiten zoveel mogelijk aan bij de technische achtergrond van de student. Studenten werktuigbouw kunnen bijv. een project doen op het gebied van de robotica, studenten bouwkunde op dat van de domotica, en studenten informatica kunnen een onderzoek doen naar het keuze- en koopgedrag op internetsites. Andere combinaties zijn uiteraard ook mogelijk.

Het HTI-minor-eindproject wordt gedaan in groepjes van zo'n vier studenten. Er is in elk geval één begeleider van de onderzoeksgroep HTI en, zo mogelijk, een docent van de faculteit van de major van de student. In overleg met de docenten is het ook mogelijk dat de studenten zelf een onderzoeksonderwerp kiezen.

Contact

Dik Hermes
IPO 1.34
Tel.: 040-247 5214 / 2889
E-mail: D.J.Hermes@tue.nl

Footnote

* Minorstudenten van de Bacheloropleiding Technische Bedrijfskunde (TBdk) hebben al het vak Onderzoeksmethoden (0AP03) in hun bachelor gehad.Voor studenten van de opleiding TBdk worden de minorvakken 0AP03 en 0PH02 vervangen door de minorvakken 0AP08 Introduction Psychology & Technology (4 ects) en 0HV30 Social Psychology & Consumer Behavior (5 ects).